Paganini 24 Caprices

Lisa Jacobs

Record Details

Released:
2018
Genre:
Classical

Lisa Jacobs en de poëtische rijkdom van Paganini
Lisa Jacobs voegt zich met haar recente opname in het rijtje van illustere voorgangers, zoals Jascha Heifetz, Michael Rabin, Itzhak Perlman en Julia Fischer, en zij doet dit met glans. Een beruchte valkuil voor de spelers van dit repertoire is het (uitsluitend) etaleren van virtuositeit. In veel gevallen leidt dit tot overspannen interpretaties, hijgerig spel en effectbejag. Niets van dit alles bij Lisa Jacobs. In haar lezing ligt de volle nadruk op de voordracht en de weergave van de poëtische rijkdom van Paganini’s ”grillige stukken”. Vergeleken met veel andere registraties van deze cyclus neemt Jacobs volop de tijd om, met een zo zuiver mogelijke intonatie, recht te doen aan de melodische en harmonische zeggingskracht van deze muziek. En dat is werkelijk een prestatie van de bovenste plank! Erg prettig is bovendien dat Paganini hier gespeeld wordt als tijdgenoot van Beethoven en niet als (te) vroeg representant van de laat negentiende-eeuwse romantiek. Luister naar de vierde Caprice in c-klein (Maestoso), voel de worsteling tussen enerzijds de klassieke harmonieleer en anderzijds de (beginnende) aandacht voor emotie en word overrompeld door de fascinerende weergave daarvanGert-Jan Oosterom, Reformatorisch Dagblad, NL, Oktober 2018

Musically Jacobs is virtually in a class of her own
Lisa Jacobs, by contrast, emphasises cantabile purity, so that even the flightiest of Paganini’s finger-breaking miniatures emerges miraculously as though it was being sung. As a result, having negotiated the merciless ricochets of No. 5 using the original bowings (many players opt for separate bows) No. 6 sounds less like an excruciatingly demanding étude in accompanied melody than an operatic scena with a compelling emotional narrative.  No less persuasive is Jacobs’s velvet cushioning of No. 2’s awkward string-crossing leaps, thereby enabling its melodic chicanery to emerge as a seamless flow, and the withering-laughter descents of No. 11’s outer sections, which are inflected with just the right degree of temporal lassitude. Even the horncalls of Nos 9 and 14, which are normally despatched in martialistic strict tempo, sound alluringly seductive here. No 17  with its rippling downwards scales and high-octane middlesection octaves emerges as a poetic gem in its own right, while rounding off the set, each variation of No. 24 is imbued with its own distinctive musical personality.  Some may crave a greater sense of visceral excitement in this of all violin works, although musically Jacobs is virtually in a class of her own’ ★★★★ Haylock, BBC Music Magazine, UK, October 2018

It was surely only a matter of time before the Dutch violinist Lisa Jacobs recorded Paganini, after the assured, personality-rich account she gave in 2016 of the concertos of Paganini’s Baroque violin virtuoso forebear, Pietro Locatelli. What she’s come up with here is a strong offering, too: distinctiveness again, within an overall approach that sits mostly on the gentler, beautiful-toned end of the scale, as her bouncing, mellow-toned No 1 sets up. Although not entirely, as you’ll hear through the peasanty fire she brings to No 5. Also worth highlighting is the thought-through clarity of her part-voicing: returning to No 1, listen to the extent to which its lower-note melody feels like a sustained musical line.  Tempo-wise, Jacobs occupies roughly the same comfortable, instinctive-feeling ball park as other recent recordings have done, achieving the desired impressions of speed and space without plunging into extremes. Indeed, measure and subtlety are among these readings’ chief overall qualities. Take the sombre No 4 in C minor: opening pure-toned, vibrato present but by no means throbbing heavily, where she trusts the forte marking of those low-register octave interjections to emerge naturally without too much additional pressure from herself. Other pleasures are the whisperiest pianissimo she brings to the start of ‘The Trill’, No 6, and the sophisticated mini-swells she brings in No 24 to the second variation’s acciaccatura’d semiquaver groupings, making them sound like little flicks of an impish devil’s tail. I suspect that if it’s beauty I’m after then Ehnes will still come out on top for me; the cleanly ringing purity of his sound and the sheer finesse of his technique are just too good, and are also the perfect contrast to the Perlman sitting in my back pocket for when I fancy a bit of living life dangerously. That said, I also suspect I will yet be revisiting Jacobs when I fancy beauty of a slightly softer hue. Charlotte Gardner, Gramophone, UK, October 2018

Erkundung der Welt des Nicolo Paganini
Nunmehr legt die aus den Niederlanden stammende Lisa Jacobs eine Aufnahme vor, mit der sie diese vielgestaltige Welt erkundet. Dabei wählt sie einen Ansatz, der ausdrücklich die in den Werken vorhandenen musikalischen Erzählungen heraushebt und die Virtuosität nur als Mittel nutzt, um die Inhalte präsentieren zu können. Ihre auf zwei Scheiben verteilte Aufnahme zeichnet sich durch eine ruhigere Darbietung aus als bei vielen Kollegen, die dieses Konvolut auf CD pressen lassen.
 ★★★★ Pizzicato Luxembourg, September 2018

Lisa Jacobs heeft terecht gekozen voor ‘hoog spel’. Wat wil zeggen dat ze niet alleen de technische maar ook de expressieve grenzen van deze muziek diepgaand heeft verkend en vervolgens gestalte gegeven. Dat blijkt tenminste uit haar glanzende interpretatie. De stokvoering is net zo exemplarisch als de vingertechniek, articulatie en ritmische profilering zijn verbluffend, de expressieve aspecten elektriserend, het algehele beeld vol allure. Het klinkt afgesleten, maar daardoor niet minder waar: wie de techniek voorbij is ontwikkelt klankkleuren en affect, ook als die – zoals bij Paganini – soms naar het extreme neigen. Een sterk punt zijn ook de duidelijk individueel gekozen, niet al te hectische tempi en de overtuigende relatie tussen de gedoseerd aangebrachte accelerandi en rubati en het dynamische discours. Lisa Jacobs volgt in deze architectuur daarin duidelijk haar eigen weg en dat doet ze met overgave en overtuiging. Noblesse oblige, wat ook betekent dat routine ver te zoeken is en nuance en klankdifferentiatie op de voorgrond staan. Lisa Jacobs is een van de violisten voor wie de technische buitenkant niet meer is dan dat: zij heeft haar aandacht gericht op het muzikale concept in een buitengewoon welsprekend kader, heftig gepassioneerd, maar ook ontroerend teder en subtiel. Haar spel balanceert niet op het slappe koord van uiterlijk vertoon, maar is ferm ingekapseld in het muzikale karakter van deze stukken. Een schitterende prestatie van ‘onze’ Lisa Jacobs! Opus Klassiek, June 2018